Geschiedenis

De manuele therapie is ontstaan uit de behandelingstechnieken die als osteopathie en chiropraxie bekend staan. De grondleggers van deze therapieën zijn de bekende namen in de manuele therapie: A.T. Still en D.D. Palmer. Zij zagen een uitgebreid scala van klachten en ziekten t.g.v. standsveranderingen van de wervelkolom ("misalignments").'Abnormale' standen werden o.a. vastgesteld door middel van röntgenstralen en palpatie ( het voelend waarnemen). De behandeling bestond uit een manipulatie of standscorrectie van de wervels. Vaak ging dit gepaard met een hoorbare 'krak' of 'knak'. Vandaar de uitdrukking: "naar de 'kraker'gaan...." Ook werden als inleiding op de manipulatie vaak andere behandeltechnieken toegepast, zoals massage, fricties en spierrekkingen.

In Europa werd het toepassen van chirotherapeutische behandeltechnieken ( manipulaties, massagebehandelingen, oefeningen, tracties, injecties met corticosteroïden of lokale verdovingen) als geneeskunst beschouwd. Zo kwamen er diverse opleidingen of scholen met als doel fysiotherapeuten en artsen op te leiden in een nieuwe professionele behandelwijze, de manuele therapie.

Actuele Situatie

Er is momenteel een ruim aanbod van opleidingen en behandelaars die zich met de manuele therapie bezighouden. De manueel therapeut benadert de patiënt(e) vanuit zijn deskundigheid op het gebied van artrogene (gewrichten)-, musculaire (spieren)-, en neurogene (zenuwen) functiestoornissen van het bewegingssysteem. De manueel therapeut moet dus kennis hebben van artrokinematica (wat speelt zich nu af in het gewricht) en osteokinematica (hoe beweegt een botstuk nu eigenlijk, ruimtelijk gezien).

Kennis van anatomie, biomechanica, neurofysiologie en evidence based practice(beste externe bewijsmateriaal) is van groot belang om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen. Kennis van pathologie (ziekteleer) is zeer belangrijk om een goede behandeling te kunnen instellen. Bijv. voor de meeste aandoeningen of klachten van de lage rug (90%) zijn geen aanwijsbare oorzaken te vinden. Men spreekt daarom ook wel van "a-specifieke lage rugklachten". Bij de overige 10% zijn een aantal ernstige aandoeningen veelal de oorzaak. Deze worden dan ook specifiek genoemd, bijvoorbeeld de hernia, een fractuur, ontstekingsprocessen, wervelkanaalvernauwing en tumoren.

Indicaties manuele therapie

Functionele stoornissen van wervelkolom (hoofd, hals, borst, lendenen, bekken) en ledematen.
De voornaamste klachten van de patiënt(e) zijn meestal pijn en/of beperkt bewegen en kunnen het gevolg zijn van diverse oorzaken.

Onderzoek en behandeling

Het is gebruikelijk voorafgaande aan een manueel therapeutisch consult de huisarts of specialist te raadplegen. Het manueeltherapeutisch onderzoek bestaat uit een oriënterend gesprek en een uitgebreid lichamelijk onderzoek. Het doel hiervan is om functiestoornissen, waaruit de klachten zijn ontstaan, te analyseren. Als na onderzoek blijkt dat aanvullende diagnostiek ( röntgen, laboratorium enz.) wenselijk is, wordt contact opgenomen met de verwijzend arts. Indien na onderzoek blijkt dat behandeling zinvol is, wordt in overleg met de patiënt het behandelplan vastgesteld.

De behandeling kan bestaan uit:

  1. specifieke handgrepen uitgevoerd met zachte druk of trek aan botstukken van gewrichten, waarin tijdens het onderzoek de stoornis werd vastgesteld.
  2. gedoseerde impulstechnieken, waarbij een "knappend" of "krakend" geluid wordt waargenomen.
  3. articulaire technieken(deze specifieke handgrepen kunnen ook diagnostisch worden gebruikt).
  4. specifieke bewegingen uitgevoerd door de patiënt(e) op aanwijzing van de therapeut om de herwonnen beweeglijkheid te behouden en/of te verbeteren.

Na afloop van elke behandeling wordt het resultaat beoordeeld. Indien nodig wordt de behandeling bijgesteld.

Adres:

Centrum voor paramedische hulp

Langetaam 17
3155 TE Maasland
T: 010- 59 27 990

De Vloot 59
3144 PC Maassluis
T: 010- 59 27 992
M: info@fysiocentrum.nl

Ga naar boven