|
Fytotherapie. Fytotherapie is een therapie waarbij men gebruik maakt van planten. Het is buitengewoon interessant te zien hoe de fytotherapie zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. De snelle en wetenschappelijke ontwikkeling die de fytotherapie tegenwoordig doormaakt, is in feite alleen op waarde te schatten wanneer we ons verdiepen in de geschiedenis ervan,in deze geschiedenis vormen oeroude plantenkennis en magie de basis. Hoewel het voor de hand ligt te veronderstellen dat de toepassing van planten altijd door het gewone volk geschiedde, is dit zeker niet het geval. Door de eeuwen heen zijn golven zichtbaar,waarbij het gebruik van planten beurtelings plaatsvond door de elite en de plattelandsbevolking. Na de uitvinding van de drukpers in 1450 ontstond een mengeling van de klassieke plantenkennis uit de kloosters met de volksgeneeskunde. De eerste kruidengids in spreektaal zorgde ervoor dat de kruidengeneeskunde weer terug kwam bij het volk. Ontdekkingsreizen gaven een nieuwe impuls aan de fytotherapie, doordat kolonisten en de oorspronkelijke bevolking hun volksremedies aan elkaar doorgaven. Door deze mengeling van culturen bereikte de fytotherapie een ongekende populariteit. Gemmotherapie. Ongeveer 40 jaar geleden werd op een congres in Straatsburg de gemmotherapie geďntroduceerd. Velen noemen dr. P. Henry de grondlegger van de gemmotherapie. Zijn collegae dr. M. Tétau en dr. C. Bergeret hebben vooral klinische studies verricht naar de werking en toepasbaarheid ervan. Het woord 'gemmotherapie' is afgeleid van het Franse gemmae of bourgeons en betekent 'knoppen'. Zowel het uitgangsmateriaal als het bereidingsproces komen in de gemmotherapie niet overeen met de productiewijze van homeopathische of fytotherapeutische geneesmiddelen. In de gemmotherapie gebruikt men uitsluitend delen van planten die zich in een actieve en sneldelende groeifase bevinden. Meestal benut men jonge knoppen, maar ook haarwortels, jonge loten of kiemen zijn heel geschikt. Deze sneldelende plantendelen bevinden zich in een stadium van actieve groei en celdeling. Om dit groeiproces te kunnen voltooien, hebben zij in deze fase bijzondere groeistoffen nodig, zoals plantaardige groeihormonen (gibberellines, auxines) en groeibevorderende componenten (enzymen, aminozuren). In de volgroeide plant zijn deze unieke bestanddelen niet meer terug te vinden; de plant heeft ze gebruikt om het groeiproces te kunnen voltooien. Orthomoleculaire therapie. Het woord 'orthomoleculair' komt uit het Grieks en verwijst naar de overtuiging dat de gezondheid kan worden bevorderd met behulp van lichaamseigen stoffen, meestal voedingsstoffen. 'Ortho' (juist) 'moleculaire' therapie probeert de juiste stoffen in de juiste concentraties in het lichaam te brengen om zo ontregelde lichaamsfuncties bij te sturen. Behandelaars maken bij deze therapie uitsluitend gebruik van stoffen die van nature ook al in het lichaam aanwezig zijn. Meestal zijn dat vitaminen, mineralen of andere voedingsstoffen die het lichaam niet zelf kan voortbrengen, maar het kunnen ook stoffen zijn die het lichaam wél kan produceren. In bepaalde omstandigheden, zoals ziekte, stress, intoxicatie, ouderdom of zware belasting, is aanvulling gewenst of zelfs noodzakelijk om ervoor te zorgen dat lichaamfuncties optimaal blijven. Vaak past de behandelaar hoge doseringen vitaminen toe. Hoge doses vitaminen hebben farmacologische eigenschappen die verder gaan dan hun werking als vitamine. |